Ga naar de inhoud

Werkdiagnose door oefentherapeut volstaat

Oefentherapeuten kunnen op basis van de klinische classificatiecriteria uit de KNGF-richtlijn zelf een werkdiagnose heup- of knieartrose stellen. Deze professionele beoordeling geldt voor VGZ als voldoende onderbouwing van de diagnose.

De werkdiagnose wordt vastgelegd in het dossier van de patiënt. Een aanvullende verwijzing of bewijs van diagnose door een erkend verwijzer is hiervoor niet meer nodig.

Minder onnodige diagnostiek, meer passende zorg

De wijziging sluit aan bij de beweging naar passende zorg: zorg die zo veel mogelijk thuis en in de eigen omgeving wordt georganiseerd, met een sterke en integrale eerste lijn als fundament.

Het verplicht aanleveren van een diagnosebewijs leidde in de praktijk soms tot extra diagnostiek, terwijl die bij heup- en knieartrose vaak niet noodzakelijk is. Door aan te sluiten bij de geldende professionele richtlijnen wordt onnodige zorg voorkomen en kan de behandeling daar plaatsvinden waar die het meest passend is: dichtbij de patiënt en in de eerste lijn.

Alleen voor heup- en knieartrose

De nieuwe werkwijze geldt uitsluitend voor oefentherapie en fysiotherapie bij:

  • Heupartrose – diagnosecode 6223, aanspraakcode 012
  • Knieartrose – diagnosecode 7023, aanspraakcode 012

Voor declaraties geldt: prestatiecode 2412 in combinatie met aanspraakcode 012. Voor andere aandoeningen en diagnosecategorieën blijven de bestaande voorwaarden ongewijzigd.

Voor oefentherapeuten betekent deze wijziging concreet: bij heup- en knieartrose kun je vanaf 1 augustus 2026 op basis van jouw professionele beoordeling en de geldende klinische classificatiecriteria een werkdiagnose stellen, zonder dat daarvoor aanvullend bewijs van een erkend verwijzer nodig is.