Het ministerie heeft besloten dat een aantal gedetailleerde regels die moesten bepalen wanneer iemand echt zelfstandig is, voorlopig niet wordt ingevoerd. Het ging onder meer om criteria over vrijheid in werktijden en investeringen in een eigen onderneming. Volgens het kabinet bleken deze regels te complex en zorgden ze voor onduidelijkheid bij zowel zzp’ers als opdrachtgevers.
Naar een bredere Zelfstandigenwet
De overheid werkt nu aan een bredere Zelfstandigenwet die meer duidelijkheid moet geven over de positie van zelfstandigen op de arbeidsmarkt. Een belangrijk element blijft een richttarief van ongeveer €38 per uur. Wanneer een zzp’er minder verdient dan ongeveer €38 per uur, kan dat een aanwijzing zijn dat er mogelijk sprake is van een dienstverband.
Controle op schijnzelfstandigheid
De Belastingdienst controleert sinds 2025 weer actief op schijnzelfstandigheid. Vanaf 2026 kan de fiscus bij duidelijke overtredingen naheffingen en in sommige gevallen ook boetes opleggen. De handhaving wordt stapsgewijs verder aangescherpt.
Wat betekent dit voor oefentherapeuten?
Voor oefentherapeuten die als zelfstandige werken – bijvoorbeeld in eerstelijnspraktijken, gezondheidscentra of binnen samenwerkingsverbanden – zijn vooral de volgende punten relevant:
- Tarieven onder ongeveer €38 per uur kunnen vragen oproepen over de zelfstandige positie.
- De werkrelatie moet duidelijk zelfstandig zijn, bijvoorbeeld door vrijheid in werkwijze, eigen planning en meerdere opdrachtgevers.
- Leg afspraken goed vast, zowel in contracten als in de dagelijkse praktijk.
De VvO volgt de ontwikkelingen rond de zzp-wetgeving nauwgezet. Veel oefentherapeuten combineren loondienst en zelfstandig ondernemerschap of werken als zelfstandige binnen samenwerkingsverbanden in de eerstelijnszorg. De VvO zet zich in voor heldere en werkbare regels die zelfstandig ondernemerschap ondersteunen en ongewenste constructies voorkomen.