1. Waarom vind je het belangrijk om hierover te vertellen? Wat drijft jou?
“In de praktijk werken we dagelijks met gegevensuitwisseling en communicatie met en voor onze patiënten. Vanuit zowel de patiënten als vanuit de zorgverleners komt een vraag om betere communicatie en een betere samenwerking tussen professionals, zodat de zorg gestroomlijnd kan verlopen. Als kinderoefentherapeut sta ik midden in een netwerk: tussen kind, ouders, school, huisarts en vaak ook de jeugdarts. Iedereen heeft stukjes van de puzzel, maar niemand heeft het hele plaatje. Dat kan frustrerend zijn: voor ons, maar vooral voor het kind en de ouders.”
2. Wat betekent gegevensuitwisseling straks concreet voor jouw dagelijkse werk? Waar moeten collega’s zich nu al op voorbereiden?
“Per patiënt en behandeling moet de administratie in een dossier bijgehouden worden. Dat betekent voor mij dagelijks voor twaalf patiënten verslagen schrijven, behandelplannen up-to-date houden en communiceren met ouders, leerkrachten en (huis)artsen. Dat is veel werk, het kan efficiënter. Als er contact nodig is met een huisarts of derden, is het prettig als een administratieprogramma daar de juiste, snelle koppelingen voor heeft klaarstaan. Daar werken we met GUPZ aan: dat de systemen straks zo zijn ingericht dat je met een paar klikken de juiste informatie kunt delen, in plaats van te moeten bellen, mailen en alle losse lijntjes zelf te onderhouden. Collega’s kunnen zich voorbereiden op een nieuwe werkwijze en zich bereid tonen om te leren omgaan met nieuwe koppelingen in hun programma en een nieuwe manier van communiceren met andere zorgverleners. Je hoeft echt geen ict-expert te zijn. Het gaat erom dat je weet wat je vastlegt en waarom.”
3. Wat is het grootste misverstand over gegevensuitwisseling dat je bij collega’s hoort?
“Uit mijn omgeving hoor ik dat gegevensuitwisseling niet makkelijker kan worden, omdat elke discipline – eerste lijn, tweede lijn, noem maar op – met een eigen vaktaal en werkwijze werkt. Maar dat is precies waar GUPZ aan werkt. We willen juist dat huisartsen, specialisten en wij allemaal dezelfde taal gaan spreken, zodat een patiënt niet van de dokter een andere diagnose krijgt dan van de therapeut. Neem nou lage rugklachten: een huisarts noemt dat lage rugpijn, maar bij ons kan het gaan om een beenlengteverschil, een bekkeninstabiliteit of een verkeerde zithouding door veel gamen of kantoorwerk. We praten over hetzelfde, maar gebruiken verschillende woorden. GUPZ is bezig om die verschillende talen bij elkaar te brengen, zodat we elkaar straks beter begrijpen. Dat is geen onmogelijke opgave. Het is letterlijk een van de onderdelen waar GUPZ heel druk mee bezig is.”
4. Wat zou je collega’s willen meegeven die nog twijfelen of er nog niets van weten?
“Als je als paramedicus werkt, heb je dagelijks te maken met gegevensuitwisseling in allerlei vormen. De verslagen die je schrijft, een berichtje aan de huisarts: dat is al gegevensuitwisseling. Dus als je zegt dat je er niets van weet, dan is dat misschien niet helemaal waar. Je doet het al, alleen vaak nog op een omslachtige manier. Als je twijfelt over gegevensuitwisseling, raad ik je aan om contact op te nemen met je beroepsgroep en de kwaliteitsprotocollen door te nemen die op de website van de Vereniging voor Oefentherapeuten (VvO) staan. De Richtlijn Verslaglegging is een mooi begin. Daarin staat wat je verplicht moet vastleggen en waar je meer vrijheid hebt. Die richtlijn is de basis, GUPZ bouwt daarop voort.”
5. Wat heb jij nodig om de volgende stap te kunnen zetten en wat verwacht je van je beroepsvereniging?
“Van de beroepsvereniging en softwareleveranciers verwacht ik zoveel mogelijk formats en stappenplannen, zodat we de veranderingen in de gegevensuitwisseling zo simpel mogelijk kunnen toepassen in ons dagelijks handelen. “Ik wil dat het niet voelt als een extra taak, maar dat het eigenlijk vanzelf gaat. Dat je in je softwareprogramma ziet: kijk, dat is anders geworden. En dat je het dan meteen kunt toepassen. Het liefst zo dat mensen denken: ‘O, is dat alles?’” Drie extra vragen over de praktijk We hebben het in dit interview al een paar keer over begrippen als gegevensuitwisseling, gestructureerde registratie en databeschikbaarheid gehad. Annemarte beantwoordt hieronder nog drie vragen vanuit haar eigen praktijk om deze begrippen te verhelderen.
Drie extra vragen over de praktijk
We hebben het in dit interview al een paar keer over begrippen als gegevensuitwisseling, gestructureerde registratie en databeschikbaarheid gehad. Annemarte beantwoordt hieronder nog drie vragen vanuit haar eigen praktijk om deze begrippen te verhelderen.
1 | Over gegevensuitwisseling
Kun je een concreet voorbeeld geven van een situatie in jouw praktijk waarin je merkt dat gegevensuitwisseling nu nog niet goed werkt, en wat er anders zou zijn als het wél zou werken?
“Als kinderoefentherapeut sta ik tussen kind, ouders en school in. Stel: een kind wordt motorisch niet vaardiger door oefenen. Dan kan verder onderzoek nodig zijn. Dat kan aangevraagd worden bij een huisarts of jeugdarts. Maar dat is op dit moment een onzichtbaar proces voor ouders, omdat het contact tussen de therapeut en huisarts verloopt terwijl ouders zelf de verwijzing telefonisch moeten opvragen bij de huisarts. Als de driehoek ‘ouders – therapeut – huisarts’ direct digitaal ingezet kan worden en alle partijen dezelfde informatie lezen, scheelt dat veel administratie in bellen, mailen en vastleggen. De ouders hoeven niet steeds opnieuw uit te leggen wat er aan de hand is, en de huisarts heeft direct de juiste context.”
2 | Over gestructureerde registratie
Kun je een voorbeeld geven van iets wat jij nu in vrije tekst vastlegt, maar wat voor een andere zorgverlener of een PGO veel beter bruikbaar zou zijn als het gestructureerd werd geregistreerd? En wat zou dat opleveren?‘
“Dit vind ik voor onze beroepsgroep best een lastige vraag, omdat we binnen de oefentherapie al behoorlijk veel gestructureerd vastleggen. Wat voor de dagelijkse praktijk een fijne aanvulling zou zijn, is dat er meer standaardvragen binnen specialisaties gestructureerd vastgelegd kunnen worden. Voor kinderoefentherapie vragen we extra informatie uit over bijvoorbeeld zwangerschap en geboorte, slapen, eten en drinken. Als deze standaardvragen per specialisatie in de gestructureerde registratie vallen, scheelt dat foutgevoelige vrije tekst. De therapeut is dan minder tijd kwijt aan typewerk en in het PGO is er minder kans op misinformatie of dat informatie dubbel in beeld komt.”
3 | Over databeschikbaarheid
Wat zou er in jouw werk veranderen als alle relevante gegevens van een cliënt altijd direct beschikbaar waren, op het moment dat jij ze nodig hebt?
“Dan kan ik sneller schakelen in het aanbod van oefeningen, de behandelwijze en de benadering van de patiënt. Digitaal staat de basisinformatie beschreven in een direct beschikbaar overzicht, en ik kan met de patiënt in de oefenruimte direct schakelen naar wat er nodig is in de behandeling. Concreet: ik heb op mijn computer een duidelijk overzicht van de patiënt: leeftijd, wat er aan de hand is, of diegene bekend is bij de huisarts, wat de verwijzing is. Dat staat allemaal klaar op het scherm.
Tegelijkertijd zit er een patiënt voor mijn neus die me vertelt dat hij last heeft van zijn lage rug, dat hij niet toekomt aan buiten in de tuin en dat hij moeilijk uit de stoel kan komen. Ik kijk op mijn scherm en zie daar bijvoorbeeld een schouderklacht staan. Dan kan ik direct schakelen: ‘Maar ik heb niet van je huisarts gehoord dat je last hebt van je schouder, en je geeft nu aan dat je last hebt van je lage rug. Kun je me daar meer over vertellen?’”
Als de basisinformatie digitaal klopt, denk aan de gegevens vanuit de huisarts, eventueel een foto uit het ziekenhuis, dan staat dat gewoon klaar. Ik kan mijn patiënt blijven aankijken, zijn verhaal horen en dat koppelen aan wat er op het scherm staat. Ik hoef niet te gaan zoeken, niet te zeggen ‘wacht even, ik kan even niet bij dat stukje informatie in de computer’. Dat scheelt tijd, voorkomt onderbrekingen en zorgt ervoor dat de patiënt zich gehoord voelt.”
Praktische tips van Annemarte
Begin bij de basis
Neem naast de Richtlijn Verslaglegging van de VvO ook de HASP-P door.
Daarin staat wat je verplicht moet vastleggen en wat je meer vrijheid geeft.
Blijf op de hoogte
Volg de communicatie van je beroepsvereniging en GUPZ. De ontwikkelingen gaan stap voor stap.
Wees nieuwsgierig
Digitale gegevensuitwisseling wordt steeds belangrijker.
Door nu betrokken te blijven, zorg je dat het straks aansluit bij jouw praktijk.
Je hoeft geen ICT-expert te zijn
De software wordt zo ingericht dat jij gewoon je vak kunt blijven uitoefenen.
De techniek werkt op de achtergrond.